Fiche Akebia

Menu Kruisbessen Proeftuin Website

© Kruisbessen Proeftuin


Akebia

De plant hoort tot de Lardizabalacea, waarvan bij ons de augurkenstruik (Decaisnea fargesii), Stauntonia en Holboelia andere vertegenwoordigers zijn, allemaal met eetbare vruchten.

Akebia is een genus van klimplanten dat van oorsprong wordt aangetroffen in Zuidoost Azië. Het gaat hier meestal om klimplanten die voorkomen langs waterlopen en op berghellingen? Bij ons wordt hoofdzakelijk de Akebia quinata aangeplant (Klimbes - Schijnaugurk - chocoladerank). Er bestaan een aantal bloemkleur en bladvarianten van.

De plant groeit tot 10 meter of meer hoog. De bladeren bestaan uit 5 langwerpige deelblaadjes. Bij milde winters en op beschutte standplaats behoud de plant een deel van zijn blad in de winter. Bij strenge koude vallen alle blaadjes af. Ze hebben een sielijk blad, dat als het jong is rood-paars is aangelopen en dan metaalachtig groen verkleurd.

De plant is volledig winterhard bij ons.

De bloemen verschijnen tesamen met het nieuwe blad en staan in clusters bij elkaar en ruiken zoet, volgens sommigen ruiken ze naar chocolade... De bloemen hebben drie of vier sepalen en zijn mannelijk of vrouwelijk. De kleur van de soort 'A. quinata is violet.

Hoewel de beide seksen aanwezig zijn op de plant vormt ze slechst zelden vruchten. Plant men een ander ras (bijvoorbeeld kleurvariant) in de buurt (of bij elkaar), dan bekomt men bijna elk jaar vruchten. de vruchten zijn gelijk korte worstjes en kunnen in kleur van wit-violet variŽren. Ze rijpen midden september af. De vruchtenbevatten eetbaar pulp. De talrijke zwarte zaden zitten in een gelatineachtig omhulsel dat erg zoet smaakt.
In de landen van oorsprong worden ze dan ook graag gesnoept door kinderen en wandelaars.
In Japan wordt de schil, die lichtjes bitter is, gebruikt als groente, bijvoorbeeld gevuld met ghehakt en dan gefrituurd in olie. de stengels worden traditioneel gebruikt voor het maken van manden. In China is de plant gekend als 'geperforeerd hout' end wordt ondermeer gebruikt in de tradiiotionele geneeskunde als diureticum, ontstekingsremmer, als pijnstiller maar vooral als melkbevorderend middel. Belangrijkste toepassing in de Chinese geneeskunde is als product om de melkproductie bij zogende moeders te stimuleren. Hiervoor wordt de verhoutte stengel in stukjes gesneden en klaargemaakt als een aftreksel. De stam bevat zowat 30% kalium wat de diuretische werking verklaart.

 

Ziekten/plagen:

Deze klimplanten wei ig last van ziektes of plagen, hoewel op vochtige plaatsen ze wel eens last krijgen van meeldauw. Deze verdwijnt vanzelf opnieuw, maar resulteert dan vaak in zwart-violette vlekken op het blad.

 

Verzorging:

Daar het om een klimplant gaat is steeds een steun nodig, dit kan zowel een klimrek zijn als een boom. De Akebia heeft meestal geen wurgende groei, wel zal de bladmassa op termijn concurrentie betekenen voor bomen.

De stengels die op de grond liggen hebben de nijging tot wortelvorming en kunnen dan als bodembedekker worden, waarbij ze alle andere planten wegdringen (zoals klimop bijvoorbeeld).

Ze groeien zowel in vrij diepe schaduw als in fel zonlicht.Ze zijn weinig bodemspecifiek en kunnen dus zowat overal worden toegpast, hoewel ze net als Clematis, graag een ebschaduwde voet hebben. Ze doen het zelfs als klilplant tegen een noordmuur van een woning.

Wanneer ze te groot worden is het best om ze na de bloei terug te snoeien, om te voorkomen dat het een warboel van takken wordt. Dit kan door een rigoureuze snoei met de haagschaar of door een meer gerichte snoei waarbij de te lange zijranken worden teruggeknipt tot dan gehalveerd worden tot 1/3 van hun lengte.
Snoei resulteert meestal wel in het verlies van een deel van de vruchten.

Voor informatie betreffende rassen, zie onze catalogus.

Akebia quinata `Alba`
De kleine witte bloemen verschijnen in mei - juni Na de bloei verschijnen er paarsblauwige vruchten. De bladeren zijn iets groter en donkerder van kleur dan bij de Akebia quinata.

Akebia quinata `Variegata`
De bontbladige klimbes.

Akebia quinata 'Silver Bells'
Vijfdelige bladeren met zowel lichtroze en roodpaarse bloemen

Naast de Akebia quinata tref je bij ons ook wel de Akebia triloba aan.
Klimbes met driedelige bladeren en meer roodpaarse bloemen.

 

Etymologie:

"Akebia” is afgeleid van de Japanse naam voor de plant (Akebi)

" Quinata" komt van het Latijn ‘quin’: wat een soort bezitsvorm is voor 'vijf van iets', hier dus blaadjes

"Lardizabalaceae" deze plantenfamilie met 44 soorten in 9 genera, is genoemd naar 'Miguel de Lardizabel y Uribe', een natuurkundige die in de 18de eeuw leefde.

De meeste soorten uit deze familie komen voor van de Himalaya tot in Japan . Twee soorten van monotypische genera komen ook nog voor in Zuid Amerika, namelijk Boquila en Lardizabala.